di. okt 12th, 2021

Beste lezers,

Ik weet het, normaliter gaat deze blog over hardlopen.

Maar dit keer maken we eens plaats voor iets anders: jeugdherinneringen.

Als kleine bengel ging ik graag mee naar de Bosuil om de rood-witten aan te moedigen.

Die opwinding altijd.

Op de Bosuil, daar viel altijd wat beleven.

We hebben het nu over de jare ’80, in het bijzonder. De Bosuil met z’n vierkante, kromme, geheel versleten houten doelpalen, terwijl de rest van de wereld al van die mooie, glanzende metalen doelpalen had.

Toen ik een kleine bengel was hadden de spelers een status van half-god voor mij. Of maak daar maar ineens hele Goden van.

M’n eerste herinneringen gaan terug tot Gaston Boeckstaens, trouwe rechtsback en een echte clubspeler.

Als die ingooide, minstens 60 meter ver, dan was dat gewoonlijk een prima voorzet voor de diepe spits.

Ik denk ook aan iconen zoals Rudi Smidts, linksback, clubspeler van formaat. Hij was nog Rode Duivel, maar dan zonder capsones. Met de lange, wapperende manen.

En waarik tot vandaag de dag nog aan denk: Ratko Svilar, clubspeler van formaat, en dan in het kwadraat. Joegoslaaf. Zo’n beer van een vent. Van 1980 tot 1996 trouw op post, rots in de branding.

De eregalerij van jeugdhelden is eindeloos. Van de Lazlo Fazekas en Petur Petursson generatie, tot Marc Van der linden, Cisse SevereynsHans-Peter Lehnhoff, Frans Van Rooij, en wat een affront voor wie ik nu allemaal vergeet.

Ha, en Czernia.

Antwerp, de club met véruit de rijkste geschiedenis van het land.

Het Bosuilstadion werd ingewijd in 1923 met een wedstrijd tussen België en Engeland, en dit in het bijzijn van maar liefst 40.000 toeschouwers.

Antwerp 1987

Mijn allermooiste herinnering aan Antwerp? 

Dat is niet de Beker Van België, in 1992.

Ook niet het Mirakel tegen Vitosha Sofia.

Zelfs niet de Europese finale in Wembley.

Alhoewel dat ook een prachtig moment was.

We stonden op voorhand lang in de file, en we hebben aldus het eerste kwartier boenk gemist.

En die finale werd niet gewonen tegen de Parmezanen, laat ons eerlijk zijn, die waren een maatje te sterk.

Maar toch was het een straf hoogtepunt, natuurlijk.

Maar neen, de allermooiste jeugdherinnering is en blijft voor mij een thuismatch tegen Anderlecht. Dé thuismatch tegen Anderlecht. In 1987. 

Voor 40.000 toeschouwers, zo werd beweerd.

Volgens de politie waren het er 7.500, maar goed, de politie en correct tellen, wij hoeden ons voor scheve opmerkingen.

Wat een match. Tegen het roemrijke RSC Anderlecht. 2-0 aan hun Brusselse broek, en stamnummer 1 op nummer één in de rangschikking. Wat een wonderbaarlijke avond was dat, in november 1987. 

Flarden van die wedstrijd zie ik nog steeds voor me.

De “Cisse” was toen ocharme 19 jaar jong. Amper meerderjarig. Een sublieme invalbeurt, en twee keer raak tegen het Anderlecht van weleer.

Zo’n ontlading, bij dat eerste doelpunt.

Zo’n dolle euforie, dat heb ik nadien niet vaak meer mogen meemaken. Toch niet in een voetbalstadion.

Het was strategie op het hoogste niveau, dixit Severeyns:

“Mijnheer Kessler had Harry Cnops en mij bij zich geroepen. Tijdens dat onderhoud vertelde hij aan Harry dat die zich een uur lang het vuur uit de sloffen moest lopen. Eenmaal hij zijn beste pijlen verschoten zou hebben, moest ik het werk dan afmaken”. 

En aldus geschiedde.

Geheel volgens het plan van Mijnheer Kessler.

Wat is het sindsdien hàrd gegaan.

Antwerp speelt weer aan de top. Na een (veel te) lange periode van tweeklasse-voetbal, speelt den Antwerp opnieuw aan de top, en zelf Europees.

De club blaakt weer van de ambitie.

En de jeugdherinneringen, die blijven!

Met sportieve groeten,

Peter

2 gedachte over “The Great Old”

Geef een reactie