di. okt 12th, 2021

Beste lezers,

Wij vroegen het ons af, vandaag, tijdens een héérlijk duurloopje in het Zoniënwoud:

Wat is nu eigenlijk je ideale hartslag, tijdens een marathon?

Wel, de klassieke theorie is dat je tijdens de marathon niet helemaal voluit mag gaan, omdat je het dan geen 2 uur, of 3 uur, of 4 uur, of 5 uur kan volhouden, al naargelang je voornaam “Eliud” is, dan wel “Koen”, of “Abdi”, oftewel “Jan Met De Pet”.

Iedereen die al ‘ns iets té enthousiast aan een marathon is begonnen, dus aan een tempo dat compleet onhoudbaar was over de volle 42 km, weet waarover wij het hebben.

1. De methode van Karvonen

Nu, de methode van Karvonen stelt dat je een marathon maar op 70% à 80% van je hartslagreserve mag lopen.

De hartslagreserve, dat is het verschil tussen je maximale hartslag, en je hartslag in rust.

Dus als je hartslag in rust pakweg 60 bedraagt, en als je maximale hartslag 180 is, dan schommelt je hartslagreserve zo rond de 120, à peu près.

Gebruik je daar van 70% van, dan mag je 84 hartslagen bij je hartslag in rust (60) tellen, en als de hogere wiskunde ons niet in de steek laat, dan kom je uit op 144.

Dat is natuurlijk niet veel. Met alle respect for meneer Karvonen, maar aan hartslag 144, dan zou ik m’n marathons moeten wandelen, met om de 5 kilometer een kwartiertje pauze.

2. De methode van Peter De Groof

Tijdens een marathon loop ik vaak met gemiddelde hartslag 170, minus rusthartslag 60 is dat dus = 110, dus dan gebruik ik méér dan 90% van mijn hartslagreserve.

Zelf zou ik de vraag (Wat je ideale hartslag is tijdens de marathon?) dus antwoorden met de Methode van Peter De Groof:

“Je ideale hartslag tijdens de marathon is de hartslag die hoort bij het hoogst mogelijke tempo dat je 42 kilometers en 195 meters lang kan volhouden”.

Volgens de meeste experts terzake, loop je een marathon dan ook best zo “vlak” mogelijk qua tempo: begin je te snel, dan loop je jezelf in de problemen, en loop je te traag in het begin, dan haal je dat nooit meer in tijdens het tweede deel, want in het laatste kwart verlies je sowieso toch altijd enkele minuten, tenzij je naam toevallig “Eliud” of “Koen” of “Abdi” luidt.

Loop je een vlak tempo, dan kan je ook je hartslag zo gelijkmatig proberen houden. Echter, als het warm is moet je goed opletten, want dan stijgt je hartslag veel sneller, en dus dan laat je dat “hoogst mogelijke tempo” best tijdig zakken, of je geraakt serieus in de miserie.

Dat mochten wij recentelijk nog met scha en schande ervaring, in Wevelgem City (link blog).

Maar goed, wij geven het deemoedig toe, zo blijf  het wel gissen, natuurlijk..

3. Of een percentage op basis van je anaërobe drempel?

Een derde methode, dan maar.

Bij runinfo.nl (link) raden ze aan om te werken op basis van je anaërobe drempel, als je treshold bv. 175 is, dan zijn dit de percentages die zij aanraden voor wedstrijd:

Wat natuurlijk opvalt is dat zij van een hoog percentage uitgaan, nl. 93% van je omslagpunt. Als dat bv. 175 is, dan kan  je de marathon nog aan hartslag 163 afwerken. 

Dat is veel meer dan wat we uitkwamen bij de methode van Karvonen, maar nog steeds een heel stuk minder dan wat ik in de praktijk loop tijdens een marathon.

Zucht.

Wat is dan de conclusie?

Wat is nu de conclusie van dit alles?

Wij weten het niet helemaal zeker, dus gingen we eens te rade bij iemand die er véél verstand van heeft, Paul Van Den Bosch. Hij zei concludeerde over dit dilemma:

“Wie een specifieke tijd voor ogen heeft, moet puur op tempo lopen. Allerhande factoren hebben tijdens de wedstrijd invloed op je hartslag: stress, warmte, … Daardoor is je hartslag ook niet meer zo betrouwbaar. Veel lopers klokken te trage tijden door alleen maar naar hun hartslag te kijken” (link)

Voilà.

En daarmee is dit vraagstuk dan ook weer opgelost 🙂

Als de lezers hier een andere mening over hebben, dan hoor ik het graag!

Sportieve groeten,

Peter

P.S. Vond je dit een leuke Blog?

Please subscribe!

Geef een reactie