wo. sep 22nd, 2021

Beste lezers,

Nu de 20 km door Brussel voor de deur staat (nog één keertje slapen!), begint het weer: de zenuwen!

In elke stiel zijn er veel martelaars en weinig apostelen, dus waarom zijn zoveel hardlopers dan zenuwachtig voor hun wedstrijd, alsof er een Olympische medaille op het spel staat?

Het leek me een merkwaardig fenomeen, dus welgemutst trokken we op onderzoek.

Eerst en vooral: een klein béétje stress is niet verkeerd, dat betekent gewoon dat je je mentaal en fysiek aan het opladen bent, om er flink tegenaan te gaan eens het startschot weerklinkt. Meestal valt de stress helemaal weg van zodra je uit de startblokken schiet.

Maar toch kunnen teveel zenuwen voor de wedstrijd ook nadelen met zich meebrengen (bron):

  • Elevated heartrate
  • Waste of energy
  • Disrupted sleep
  • Mental fatigue before the race begins
  • GI distress

Over dat laatste gaan we het hier niet hebben, elke hardloper kan zich daar wellicht iets bij voorstellen 🙂

Waar komen die zenuwen voor een wedstrijd eigenlijk vandaan?

Wellicht toch omdat er een soort van faalangst opspeelt, zou ik gokken. En in een recreative context, als je boterham niet op het spel staat en het just for fun is, zou faalangst toch niet te veel mogen spelen?

Aldus stelt de vraag zich: wat valt hier aan te doen?

Veel van de truukjes die ik her en der kon lezen, werken niet voor mij. Bij voorbeeld, mediatie wordt vaak aangeraden, maar hoe aangenaam dat ook mag zijn, de wedstrijdstress lost dat niet op, bij mij. Ook visualisatie wordt vaak genoemd, maar daar begin ik zelfs niet aan.

Wat zou er dan wél werken?

Wel, hier zijn er een aantal waar ik wel brood in zie!

1. Realistische doelen vooropstellen.

Dit heeft, althans bij ondergetekende een grote invloed!

Morgenvroeg, bij de 20 km door Brussel, is m’n doelstelling pittig, maar zeker haalbaar. De bedoeling is niet om een PR te lopen.

En kijk, dan valt de stress reuzegoed mee.

Heden zijn wij zo zen als iets.

Ik weet dat ik al ‘ns 4:20 min/km heb gelopen, dus dat kunnen we.

Omgekeerd, als ik een PR wil lopen, dan liggen de kaarten helemaal anders. Dan beeld ik me in hoe ik veel te snel start, zijsteken krijg, enzovoorts. Regelrechte faalangst, dus. Als je sneller willen lopen dan je ooit gedaan hebt, op een bepaalde afstand, dan is de kans ook groot dat het noppes wordt: je kan – logischerwijze – niet elkeer keer als je je neus buiten steekt je PR aanscherpen.

Vaak wordt aangeraden om verschillende doelstellingen te formuleren (bron):

“A lot of folks have A, B, C goals…the idea is solid, but I tend to find it backfires for a lot of people because they stop shooting for A, knowing that B is also “good enough”. Instead I like to have a Big Picture goal as in what really matters to me most…for me that’s always loving the run and not getting injured. With that in mind, I’m going to push for that A goal unless it jeopardizes my long term goals” 

2. De voorbereiding.

Als de voorbereiding goed is gegaan, ben ik doorgaans minder zenuwachtig, dan wanneer de voorbereiding met haken en ogen aan elkaar hing.

Wanneer je kan terugblikken om mooie trainingen, dan wéét je dat het in principe een fijne race wordt, omdat je een goede basis hebt.

Toch is er natuurlijk altijd de “vorm van de dag”, die je (helaas) niet onder controle hebt.

Wat helpt (voor mij), is dan de focus te houden op zaken die je wél oder controle komt. Een teer en heikel puntje voor mezelf is : goed op tijd arriveren. En thuis op tijd vertrekken, zodat er wat marge is, in geval van een file of zo. Als ik op tijd arriver weet ik dat alles rustig kan verlopen, dat er genoeg tijd is om op te warmen en wat rond te lummelen. Aankomen 20 minuten voordat een wedstrijd begint: de hel op aarde, voor mij 🙂

3. De dialoog met jezelf.

Dat klinkt wollig. Maar er zijn nu eenmaal gedachten die je helpen, zoals bv. : “Ik heb goed gertraind, er is eigenlijk geen enkele reden waarom het niet zou lukken”, en daar tegenover staan dan weer een overvloed aan gedachten die absoluut niet helpen. Daar gaan we nu even géén voorbeelden van geven 🙂

En dus vergt dit enige dialoog met jezelf. Beter uitgelegd (bron):

“You may think ‘I’m going to trip over my shaky legs!’ When negative thoughts run through your head, first do what a meditator would do: recognize it as merely a thought, not reality. Then, do what a cognitive behavioral therapist would have you do: challenge and replace it with something more encouraging and realistic, like that your shakiness is actually a good sign that your sympathetic nervous system is gearing up to help you succeed. ‘You can play a little ping-pong in your head’, says Galli, a certified consultant of the Association for Applied Sport Psychology, and he adds: ‘Treat yourself as you would your best friend’.”

Zo, dus wie mij voor een wedstrijd mummelend en mompelend ziet opwarmen, die weet nu wat er dan aan de hand is.

4. Alleen zijn, en focussen.

Door de jaren ben ik gaan begrijpen dat ik voor een wedstrijd liefst alleen ben. Om heel eerlijk te zijn, ik ben dan toch geen aangenaam gezelschap 🙂

Als ik het voor een wedstrijd zo graag goed wil doen, dan wil ik me focussen op wat komen gaat. Dit is zeker niet evident, want vaak rij je samen met collega-sportievelingen naar een loopwedstrijd, meestal ontmoet je nog allerlei bekend volk voor de wedstrijd, etc. Op zich is dat natuurlijk ook heel fijn, maar zelfs dan, als ik me voor een wedstrijd even kan afzonderen, dat helpt toch.

Pfff, dit klinkt misschien asociaal en egocentrisch ten voeten uit, maar als het zo is, dan schrijven wij het zo neer. En het is uiteraard niet slecht bedoeld, ik ben graag onder de mensen, alleen geeft bij wedstrijdzenuwen een goed gevoel om even terug te plooien …

Zo.

En nu hoor ik graag eens van deze lezers hoe zij omgaan met zenuwen voor de wedstijd ?

Wij wensen alle lezers een fijn (en stressvrij) weekend toe, en met sportieve groeten,

Peter

Door admin

Geef een reactie